BUITENSTAD versus BINNENSTAD?

4 januari 2018

BUITENSTAD versus BINNENSTAD?
Anna Hutten

Het project de Vitale Buitenstad richt zich op de Buitenstad. Maar wat is die Buitenstad als het gaat om aantal verkooppunten en om winkelmeters? En hoe verhoudt zich deze tot de Binnenstad?

Wat is de Binnenstad?

De verkooppunten en winkelmeters die zich in de zogenaamde Binnenstad bevinden, zijn gevestigd in centrale en ondersteunende winkelgebieden. Dit zijn de stads- en dorpscentra, stadsdeel-, wijk- en buurtwinkelcentra en supermarktcentra. Ook wel de reguliere winkelgebieden. Alle verkooppunten die hier niet in liggen, behoren tot de Buitenstad.

Verkooppunten

In Nederland zijn in totaal ruim 222 duizend verkooppunten. Dit zijn naast de winkels ook o.a. horeca, dienstverlening en tankstations. Hiervan is 37% in de Buitenstad gevestigd en vanzelfsprekend 63% in de Binnenstad. Van deze in de Buitenstad gevestigde verkooppunten is maar liefst 93% (circa 77.500 verkooppunten) verspreid gevestigd. Dit wil zeggen dat deze verkooppunten geen onderdeel zijn van een winkelconcentratie, maar bijvoorbeeld solitair in de wijk of rand van de stad gevestigd zijn.

Winkelvloeroppervlakte

In Nederland is circa 31 miljoen vierkante meter aan winkelvloeroppervlakte (m² wvo -dit is exclusief de meters ingenomen door bijvoorbeeld horeca, dienstverlening en tankstations). Deze m² wvo zijn nagenoeg gelijk verdeeld over de Binnenstad en Buitenstad, respectievelijk 52% en 48%. Circa 4,8 miljoen m² wvo van het winkelvloeroppervlakte in de Buitenstad is onderdeel van grootschalige concentraties, als Woonboulevards. Echter ook betreft het aantal m² wvo is het gros verspreid gesitueerd (circa 9,9 miljoen m² wvo).

Evenwicht

De titel van dit stuk luidt ‘Buitenstad versus Binnenstad?’ en het doel van het project is om een nieuw evenwicht in de Buitenstad te realiseren. Als we dit evenwicht bereiken zal de Buitenstad klaar zijn voor de toekomst en hebben de verkooppunten een duidelijk onderscheidende rol ten opzichte van de Binnenstad. Uiteindelijk gaat het er niet om dat enkel de Buitenstad vitaal is, maar dat de gehele winkel- en voorzieningenstructuur in Nederland een evenwicht bereiken. Zo kunnen beiden optimaal functioneren.